Wandelroutes in de Haute-Saône en de zuidelijke Vogezen


Gastenboek of email

Laat even weten
wat je van de site
 en de inhoud vindt!

 

 

 

© 2007-2012 Vanderkamp

Besançon

Vorige pagina 

Besançon, de hoofdstad van Franche-Comté, wordt door beboste heuvels omgeven. Het centrum ligt binnen een lus van de rivier ‘Doubs’ waardoor het historische centrum klein is gebleven. Een andere prettige bijkomstigheid voor de toerist is dat de lokale bezienswaardigheden dicht bij elkaar liggen. 

BesançonHet andere deel van de stad wordt omgeven door heuvels. Op deze rotsachtige afsluiting is de door Vauban ontworpen zeventiende-eeuwse citadel gebouwd.
Besançon beschikt over schitterende bouwwerken uit verschillende perioden. De mooiste vind je in de Grande-Rue. Hier vind je prachtige monumenten zoals de Porte Noire, het Square Achéologique Castan en op nummer ‘44 het uit de zestiende eeuw stammende Hôtel d'Émskerque. Het stadhuis en de, door de beeldhouwer Claude Lullier vervaardigde, fontein stammen eveneens uit de zestiende eeuw.
Het bekendste gebouw, ook uit de zestiende eeuw, is het Palais Granvelle. Het is gebouwd door Nicolas Perrenot de Granvelle tussen 1534 en 1540 als symbool van zijn macht. Het is in 2002 nog volledig gerestaureerd en huisvest sindsdien het ‘Musée du Temps’.
Vele gebouwen in het historische centrum stammen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Zoals de kapel ‘ Couvent des Carmes’ uit de zeventiende eeuw en het Hôtel Terrier de Santans uit 1770 (naar een ontwerp van de architecten Alexandre Bertrand en Claude-Nicolas Ledoux (bekend van onder andere ‘La Saline Royale’ in Arc-et-Senans.

De geschiedenis van Besançon

In de tijd van de Galliërs heette de stad Vesontio. Julius Ceasar beschrijft Vesontio in zijn ' Bello Gallico'. De stad en zijn ligging maakte indruk op deze keizer. In de stad zijn restanten te zien van Gallo-Romeinse bouwwerken. In het Musée des Beaux-arts et d'Archéologie zijn onder andere Gallo-Romeinse vondsten uit de streek tentoongesteld.
In de middeleeuwen ontwikkelde de stad zich tot een religieus centrum met een invloedrijk aartsbisdom. Hugo van Salins werd in 1031 aartsbisschop. Dankzij zijn diplomatieke vaardigheden en relaties werd Besançon een vrije rijksstad. Nadat zijn vriend Brunon de Toul in 1049 paus Leo IX werd ging hij voor hem werken. Hugo van Salins is zijn stad nooit uit het oog verloren en heeft er meerdere bouwwerken laten uitvoeren, zoals de Cathédrale Saint Jean en de Église Saint Étienne.Cathedrale Saint Jean
De familie Granvelle heeft eveneens een stempel gedrukt op de geschiedenis van de stad. Deze familie ontwikkelde zich in een paar generaties van slaven tot bijzonder invloedrijke burgers. Nicolas Perrenot de Granvelle werd zelfs kanselier van Karel V. Hij liet een paleis bouwen dat hij inrichtte met voorname kunstvoorwerpen. Één van zijn zonen, Antoine Perrenot de Granvelle werd de eerste minister van de Nederlanden. Hij was een vertrouweling van Filips de II.
Vanaf 1656 werd de stad Spaans grondbezit voor een periode van ongeveer twintig jaar. Dit tijdsbestek werd echter onderbroken door het leger van Lodewijk XIV. In 1678 konden de Fransen Besançon uiteindelijk definitief tot het koninkrijk rekenen. De stad werd vervolgens benoemd tot de hoofdstad van de Franche-Comté. Een nieuwe bloeiperiode volgde. Lodewijk XIV stelde Vauban aan om een zeer solide citadel te bouwen.
Ten tijde van de Contrareformatie zette Besançon zich af tegen het protestantisme door het katholicisme extra uit te dragen. Een extra impuls vormde de nabijheid van protestantse buurlanden.

Besançon is de geboortestad van o.a. Victor Hugo (1802-1885), Joseph Proudhon (1809-1865) en de gebroeders Lumière (1862-1954 en 1864-1948).

Vlakbij Besançon ligt Vuillafans, de plaats waar Balthasar Gérard is geboren.

Vorige pagina